We reden naar het zuiden van de peninsula, Portsea, waar de ferry vertrekt naar de overkant van de baai. De ferry nemen is goedkoper dan de baai rond te rijden langs Melbourne, en ook gewoon leuk. We kregen al snel gezelschap van een groepje dolfijnen, super mooi om te zien. Eens de ferry uitgereden, zagen we het bord van de Great Ocean Road al. Deze weg langs de kust tussen Melbourne en Adelaide wordt als een van de mooiste ritten ter wereld bestempeld. Wij waren er klaar voor! Het eerste grote dorpje op de weg is Torquay, Surf Capital. Een week later vond daar de Rip Curl Pro surfwedstrijd plaats op Bells Beach, en de pro’s waren er al aan het trainen! We merkten dit aan de massa mensen die naast ons stond en enthousiast wezen naar de zwarte stipjes in het water die effectief beduidend langer rechtstonden dan die we voorheen in de Australische waters gespot hadden.
Wij dachten dat het niet meer stuk kon gaan: de zon scheen, de mensen waren vrolijk, en er waren een massa surfers en surfwinkels. Maar dan kregen we te horen in het informatiecentrum dat de Paasvakantie voor de deur stond en dat de plaatsen om te overnachten moeilijker te vinden gingen zijn, en aanzienlijk duurder op deze toeristische route. Damn! Bovendien voorspelden ze regen. Double damn! Maar geen probleem voor ons: de route blijft mooi, en we hebben een neus voor goedkope slaapplaatsen ontwikkeld die nu getest kon worden. ’s Anderendaags wisselden we bijna elk half uur van chauffeur om zoveel mogelijk te zien. De oceaan was iets heviger, maar dat maakte het mooier, de rotskust was spectaculair. De weg was kronkelig en smal, maar wij zijn volleerd links rijdend geworden en de rit verliep vlot. De regen werd heviger in de namiddag en omdat we weinig zin hadden de tent in de regen op te zetten zochten we een hostel. Die vonden we in Apolo Bay. De hostel was super! Het waren een paar huisjes bij elkaar, met douches, keukens en charmante salons over het hele complex verspreid. Needless to say: alles erg shabby chic en bohemian met de nodige vuiligheid waar we blind voor geworden zijn, zoals een paar muizen in de muur naast ons stapelbed. Maar we hadden geluk met onze timing. Er was net een festival: het Apolo Bay Music Festival. Te duur voor ons, maar enkel de ingang van de tenten werd gecontroleerd, het gezellige festivaldorp er rond en de straatanimatiewedstrijd waren gratis. Het was ook net de verjaardag van Lisa haar mama en een telefoontje vanuit een openbare telefoon naar België stond op de agenda. De telefooncel die uitgekozen werd, stond aan de hoofdstraat, maar nog een eindje van het festival zelf. Toch werd het gesprek opeens bemoeilijkt op een absurde manier. Er werd een openingsparade op poten gezet met een paar van de festivalacts. De verjaardagswensen werden van een achtergrond muziekje voorzien door achtereenvolgens een doedelzakgroep, een kindercircus, een zevenkoppige bluesband op één aanhangwagen gepropt, en als laatste een bende musicerende boeddhistische monniken. Gelukkige verjaardag mama!!!
Geconfronteerd met het festivaleten, en met wat ze hier frieten noemen, werden we overvallen met een goesting naar de frietjes van een bepaald Belgisch frietetablissement , dat prompt een kaartje opgestuurd kreeg uit Oz. Jolien bestelt bij deze alvast drie potjes stoofvleessaus en Belgische mayonaise, en Lisa een Bicky friet met andalouse.
De Great Ocean Road is erg toeristisch, en met de vooruitzichten van nog meer slecht weer, handelden we dit deel van Australië iets sneller af dan voorzien. Maar wat we zagen was nog steeds de moeite waard. The Twelve Apostels, ofte 8 grote rotsformaties die er nog van overblijven voor de kust zijn prachtig, alsook The London Bridge, ietsje verder.
In plaats van langs de kust verder naar Adelaide te rijden besloten we in Warnambool de kust achter ons te laten en naar het NP the Grampians te rijden in het binnenland, en zo naar Adelaide te rijden. Dat was (wederom) zonder eerst even te checken met Eduardo onze auto. Deze keer gaf hij ons echt problemen door simpelweg niet meer te willen rijden. Op een stijgende, kronkelende weg naar het NP begon de auto te schudden en weigerde vervolgens vooruit te gaan wanneer er op de gaspedaal gestampt werd. Daar stonden we dan, zondagochtend 9u, twee gefrustreerde meisjes en een oude auto. Ons Belgisch bedje riep ons nog nooit zo luid. Maar wij laten ons niet kisten door een zeepkist met een V6 motor. De auto kregen we in de berm geduwd, onze hersens werden aan het denken gezet. Nog geen kwartier geleden waren we in het vorige dorp langs geweest in het informatiecentrum. Misschien wist de man daar wat we zouden kunnen doen. Want beste lezer, u moet weten, wij zijn niet aangesloten bij de Australische wegenwacht… Dom denkt u? Welnee. Optimistisch dan? Een beetje. Vertrouwend op avontuur, toeval en de goede wil van de Australiër? Sounds more like it! Lionel, de man van het informatiecentrum in Dunkeld herinnerde zich de Belgische meisjes die belachelijk vroeg aan zijn desk stonden, en stelde voor ons te komen takelen na zijn shift om 13u. We konden ofwel daar blijven, ofwel terug naar beneden liften. We hadden net een lift gevonden met een konvooi busjes van Franse backpackers toen de vrouw van Lionel, de informatieman, ons kwam oppikken in haar Mercedes… Lionel en Bev wonen in een adembenemende villa met uitzicht op de twee bergen van het natuurpark. Hij werkt voor Mercedes en heeft daarnaast blijkbaar ook standaard een dikke jeep met oplegger klaar staan. Des te beter voor ons! Hij zette ons en de sputterende Eduardo af voor de garage in Dunkeld, die van Frank. We bleven in de auto slapen tijdens een regen- en stormachtige nacht, maar ’s anderendaags was alles beter. Frank repareerde onze auto voor 20 dollar, het wegkrabben van de lelijke folie op de ruiten inbegrepen, en de zon scheen. Een van de zes plugs van onze V6 motor was blijkbaar losgeraakt. Met alles op zijn plaats, reed Eduardo als nooit te voren. We besloten de vervloekte NP’s achter te laten, en meteen naar Adelaide te rijden. Dat ging vlot. Voor zo’n 200km. Toen begon het schudden opnieuw, en vielen we opnieuw stil. Ditmaal was het 17u en het vooruitzicht van een nacht in de auto te spenderen langs de weg motiveerde ons des te meer om een paar kilometer terug te stappen naar de wegenwerkers die we voorbij gereden waren, in de hoop dat iemand van het gezelschap iets van auto’s wist. Mogen we u presenteren: Chris Williams, de truckchauffeur van de asfaltleggers die iets van auto’s weet en aan een paar dingen in onze motor prutste en hem opnieuw in gang kreeg! Met het hele konvooi roadworkers achterons als extra zekerheid om niet alleen achter te blijven tuften we naar het dichtstbijzijnde dorp genaamd Penola, recht naar de camping, waar ook zij verbleven. We kregen de noodzakelijke alcohol om de stress te verlichten, en eten, dekens voor de koude nachten, stoere verhalen, adressen in Adelaide, en Ozzie plaatsen die we zeker moesten bezoeken. Het moto luidt hier: we hebben het hier allemaal al zelf eens meegemaakt, toen hielpen anderen ons, nu helpen we jullie. Aaaah toevallige ontmoetingen... De auto naar de garage brengen was voor ’s anderendaags.
maandag 19 april 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten