woensdag 23 juni 2010

foto's van de red centre

de vliegennetjes
de swag, open

zonsondergang


Kings Canyon



the Garden of Eden




Alice Springs and the red centre

We hadden een goedkope vlucht gevonden naar Alice Springs. John en Shirley zetten ons en onze naar 15 kg gereduceerde bagage ’s ochtends vroeg om 5u af aan de luchthaven. De rest van de bagage en Eduardo lieten we in hun veilige handen achter. In de voormiddag landden we op de luchthaven van Alice Springs, een stuk asfalt in the middle of nowhere met een gebouw ernaast neergepoot. Daar namen we de eerste de beste gratis shuttle naar een hostel, want man, wat was het al warm. Toddies hostel was het geworden, en het was anders dan de hostels dusver: allemaal aparte gebouwen verspreid over een groot terrein met 2 zwembaadjes. Je kon naar de overkant huppelen in drie stappen, maar toch zalig fris.

Veel Australiërs doen laatdunkend over de Aboriginals, over het geld dat ze van de staat krijgen, over hun dronkenschap, over hun rondhangen. En dikwijls waarschuwden ze ons ook voor de Aboriginals in Alice Springs. Het is moeilijk om in discussie te treden met mensen die ergens rotsvast van overtuigd zijn. Dus hebben we veel op onze tanden gebeten bij uitspraken als “de enige goede Abo is een dode.” Racisme is overal. En in Alice waren er effectief veel Aboriginals die rondhingen, in de schaduw zittend, maar ook soms dronken op de stoep liggen te slapen of tegen elkaar staan te schreeuwen. ’s Nachts zagen we een paar gevechten, en het inslaan van ruiten, wat blijkbaar dagelijkse kost is. Ergens achter een auto stond om 3u ’s nachts een klein kindje te wenen, terwijl de ouders een paar meter verder stonden te schreeuwen en lallen. Voor velen was het iets bedreigends, maar wij hebben ons al onveiliger in Brussel gevoeld, dus was het voor ons voornamelijk een vreemd tafereel en een voorbeeld van hoe schrijnend de situatie is waarin sommige Aboriginals beland zijn. De gids vertelde dat een Aboriginal niet tegen de suikers die in alcohol zitten kan en er sneller verslaafd aan raakt. De blanke man vroeger zag dit als een middel om ze aan zich te binden. En we beseffen ook maar al te goed dat dit niet het geval voor de hele oorspronkelijke bevolking van Australië, maar velen zitten vast tussen twee werelden. Beetje bij beetje wordt er voor een oplossing gezorgd, om goed te maken wat hun voorouders hier aangericht hebben. Maar de niet zo racistische en niet zo kleingeestige Australiërs geven toe dat ze er nog lang niet zijn. Ayers Rock is bijvoorbeeld terug gegeven aan de Aboriginal stam, maar ze zijn verplicht het nog 100 jaar te verhuren aan de staat.

Maar goed, wij kwamen voornamelijk naar Alice Springs om de gekende rotsen en de woestijn er rond te verkennen. Wij twee alleen in the red centre, dat zou niet goed gekomen zijn, dus hebben we ons ingeschreven in een tour. Om 6u werden we opgepikt door een busje met remork, onze 19 medereizigers en de gids Jared. Zoals gewoonlijk: veel Duitsers. (Bijna een op drie backpackers die je hier ontmoet is Duits.) Tegen de middag kwamen we aan in Kings Canyon, waar een grote wandeling op het programma stond. Die begon met een klim die naar de naam ‘heart attack stairs’ luistert, in warme temperaturen kan dat al ’s kloppen. Maar we konden het aan, en de verkoeling halverwege de trektocht was paradijselijk. De naam van de waterhole in de rotsen daar is toepasselijk: the Garden of Eden.

Daarna gingen we hout sprokkelen voor het kampvuur en reden we al richting Uluru. Kamp werd opgeslagen op een terrein dat deel is van een cattle farm zo groot als Nederland, Curtin Springs. Vreemd dat koeien hier meer ruimte hebben dan wij Belgen in ons landje. Kamp opslaan, versta hieronder: het vuur maken, dan grote worstachtige dingen er in cirkelvorm rondleggen. Deze opgerolde matten/slaapzakken worden swags genoemd en zouden ons bedje zijn voor de komende 2 nachten. Tijdens de demonstratie door de gids kreeg Jolien de slappe lach. We hadden ons er mentaal op voorbereid dat het geen luxe ging zijn, en we hadden al over de swags ofte mini-tents gehoord, maar de oude versies die we kregen was toch iets wat we ons niet op voorhand ingebeeld hadden kunnen hebben. Hoe beschrijven? Een grote slaapzak met een matje in gemaakt uit stevige tegen de regen bestand ‘legerstof’ die je tot aan je gezicht langs twee kanten kan dichtritsen en zo breed is dat je je eigen slaapzak en spullen er nog kan insteken. Maar wat met de bovenkant? Wij hadden gehoord dat er dan een flap is met een kleine constructie waardoor die dan op zo’n 20cm van je gezicht hangt. Niet bij deze versie: hier moest je de flap gewoon over je gezicht trekken en je dan op je zij draaien; een opening laten en daarlangs ademen. We zijn nog nooit zo blij geweest dat het niet regende en die flap gerust de hele nacht open kon blijven… Maar die twee nachten in de swags waren bij de beste in ons leven, zo goed geslapen dat we hebben, en ook: je valt in slaap onder de sterrenhemel, naast het smeulende kampvuur. And believe us, what you see in Belgium isn’t worth calling stars…

Wij waren gewoon te koken op een gasvuurtje, maar op deze trip werd het anders aangepakt: koken in het kampvuur! Rijst, chili con carne, groentjes, maar ook brood gemaakt door gewoon bloem en bier en kruiden in een pot in het vuur te zetten voor enkele uurtjes. ’s Ochtends vroeg, of nog in de nacht om 5u wakker gemaakt naast de laatste smeulende restanten van het kampvuur. Het is nog donker dan, en dat is noodzakelijk om te eten, toch als je het op je gemak wil doen, want vanaf de eerste zonnestralen zijn ze daar: troepen vliegen die op je zweet afkomen, en amper weg te jagen zijn met wilde gebaren. Dankzij onze outback-loving Australische grootouders John en Shirley waren wij voorbereid: ze hadden ons twee extreem niet fashionable netjes meegegeven, en de woorden ‘you’ll need them!’ wij dachten, ja ja… maar grepen er toch naar aan het einde van de eerste dag, het kriebelende gevoel van zeven zich verplaatsende tache de beautées op ons gezicht meer dan beu.

Eens het kamp opgekraamd was en het ontbijt verorberd, reden we verder naar Kata Tjuta, of de Olga’s (genaamd door de ontdekkingsreiziger naar zijn favoriete Spaanse danseres in die tijd). Het is meer en meer de gewoonte aan het worden om de Aboriginal naam te gebruiken, dus zeggen we ook meer Uluru (maar dan op z’n Vlaams Oeloeroe) dan Ayer’s Rock. Over Kata Tjuta hadden we bijlange niet zoveel gehoord als over de twee andere steenformaties die op de agenda stonden, en we zijn super blij dat we ze toch nog gezien hebben, echt prachtig. Het gaat om een rotsen familie van 36 in verschillende maten, maar allemaal met een afgeronde top. Om er tussen te lopen is echt fantastisch, om de zoveel meter een ander uitzicht, en van het deel dat je mag verkennen als toerist is de Valley of the Winds the top of the bill. Het gros van de bergen mag je niet verkennen, want de Aboriginals jagen er nog en voeren er hun rituelen uit. Tijdens deze wandeling kregen we veel te horen over de Aboriginals zelf, de rotsformaties (Uluru staat blijkbaar op z’n zij, vandaar dat de groeven de andere kant uitgaan), en de Dreamtime van de Aboriginals, of hun Chukapa (geen idee hoe je het schrijft, maar dat is ook normaal, ze hebben geen schrift). Elke put of groef in de rotsen heeft een verhaal met een moraal (steel niet) of praktisch nut (zoals hier kan je schuilen) die door de volwassenen aan de kinderen aangeleerd worden.

’s Avonds gegeten met zicht op Uluru en de zonsondergang die deze rots in de meest fantastische kleuren doet veranderen. Wij waren op een minder luxueuze tour, en de meer luxueuze tours kwamen naast ons parkeren met hun bussen, waaruit de mensen stroomden naar de tafels met tafelkleed en champagneglazen. De moment dat de zon weg was, een half uur na aankomst, verzamelden ze allemaal braaf terug op hun bus. Wij zaten toen nog als zwervers op de grond met ons bordje en een ‘geleende’ fles wijn van de luxe tours. Zoals het hoort als je een backpacker bent…

De volgende morgen opnieuw vroeg wakker om de zonsopgang mee te maken bij Uluru, en vervolgens de negen kilometer rond de rots gewandeld. Je mag er nog steeds op klimmen, hoewel de Aboriginal stam je vraagt het niet te doen. Van onze groep wouden drie Aziatische meisjes toch klimmen. Een van de meisjes viel er bijna af toen ze achter haar hoedje liep dat afgewaaid was. Na het middageten reden we terug naar Alice Springs. Want dat komt misschien niet zo duidelijk over in dit verslag, maar de afstanden tussen de verschillende plaatsen zijn niet te onderschatten. Op drie dagen reden we bijna 2000km…

De trip werd afgesloten met een etentje in Alice Springs met de hele groep, en een feestje in de pub Bojangles, waar een vreemd allegaartje van mensen de feestjes memorabel maken. We hebben er op Metallica en Lady Gaga en Australische country staan meekwelen met backpackers, Aboriginals, cowboys of jackeroos en locals van alle leeftijden. Zaterdag hadden we om uit te slapen van een vermoeiende trip en een geslaagd afscheidsfeestje, en zondag waren we klaar om de trein te nemen. In Australië zijn er slechts drie grote treinverbindingen, noord zuid (Darwin – Adelaide), oost west (Sydney – Perth) en Adelaide – Melbourne. Wij sprongen halverwege op de noord zuid verbinding, in Alice Springs op de trein, waarmee we de komende 22 uur door de middle of nowhere zouden tuffen tegen 85 km/u, geregeld stilstaand om tegenliggers door te laten op het enkel spoor dat er over de 3000km tussen Darwin en Adelaide gelegd is. De trein is genoemd naar de Afghanen die begin vorige eeuw op hun kamelen meehielpen het centrum te verkennen en de sporen te leggen: the Ghan. Je kan een luxe persoonlijke slaapcoupé nemen, maar ons budget koos voor de gewone zetel. We hadden geluk dat we in een vrijwel lege coupé zaten en dus elk 4 stoelen konden innemen en het slapen nog gezellig en redelijk comfortabel was. Maandag arriveerden we in Adelaide en vlogen we John en Shirley rond de nek en reden we terug naar Campelltown voor nog een week die er twee werden.

maandag 7 juni 2010

Adelaide and our family there

Na het weekendje met de Franse mede-druivenplukkers uit Penola in Adelaide, besloten we langs te gaan bij John en Shirley Collins, een van de twee oude koppels die ons in Penola uitgenodigd hadden bij hun thuis in Adelaide. Maandagochtend arriveerden we er, en werden meteen uitgenodigd in de tuin voor de morning coffee. Ze stelden voor dat we bij hen konden logeren, zo lang nodig was. Wij natuurlijk blij dat voorstel aangenomen. Na de problemen met de auto, de laatste nachten in de regen in ons tentje in Penola, en het koken van simpele rijst en pasta gerechtjes op ons gasvuurtje leek dit een meer dan welkome en aangename afwisseling. En achteraf bekeken was dat een van onze beste ervaringen in Adelaide. Bij Jeff en Margie waren we ook graag, maar de vreemde onwennigheid die daar aanvankelijk was, was nu nergens te bespeuren. John en Shirley zijn grappig, kunnen goed vertellen, zijn lief, houden van een drankje op tijd en stond, en goed eten, vanzelfsprekend dat wij twee goed met hen overeenkomen. Het feit dat ze zeventig zijn is gewoon een vreemd detail in deze vriendschap. Na een week liet John, grootvader van zes kleinzoons, zich al ontvallen dat hij heel blij was met zijn twee kleindochters, the bloody Belgian sheilas. En Shirley kon alleen maar glimlachend beamen: " You girls…" De adoptie door Australische grootouders was een feit. Eentje waar natuurlijk op gedronken moest worden…

Wat doe je zoal met zeventigjarige vrienden? Wel, van de nazomerzon genieten in de tuin, een beetje verdikken door het goed eten en drinken, maar ook de stad verkennen, en vooral de Adelaide Hills, die toen prachtig in hun herfstkleuren de stad omringden. John en Shirley zijn daar opgegroeid, en zijn er nog steeds verliefd op. We bezochten een wildlife centre waar we een koala vast mochten houden, en Mount Lofty, het hoogste punt met een prachtig uitzicht over de stad. Maar ook de aardbeiboerderij van Shirley haar zus Pam, de plek waar hun ouderlijk huis stond, en vooral de huizen van hun kroost. Want geen grootouders zonder een familie. We stellen u voor: oom Mike, de politieman, zijn zoons Shane en Brad, Mikes vriendin met de Italiaanse achtergrond Milli, en haar dochter Marissa (een nieuwe vriendschap, maar dan een binnen onze leeftijdsgroep) en zoon Adrian, verzot op voetbal en groot kenner van Europa, haar voetbalsteden toch. Vervolgens de plaatselijke ex-basketlegende dochter Sue, haar man met eveneens Italiaanse achtergrond Gaby, hun twee zoontjes Cooper en Olli, en het nieuwe hondje Jarra, dat al meer in het ziekenhuis heeft gelegen dan Lisa in Australië. Ten slotte, zoon David, die we wegens een drukbezet man slechts een keer gezien hebben aan het einde van ons verblijf, maar sindsdien onze vriend op facebook is. Zijn evenzeer drukbezette vrouw Kerri en hij voeden twee schatten van zonen op: Aaron en Riley, maar zoals het hoort op een drukke-drukke manier. En toch, na slechts één ontmoeting vonden ze ons de meest aangename Belgische meisjes, en werden we uitgenodigd in hun vakantiehuisje aan de Murray River wanneer we terug naar Australie zouden komen, en kregen we reistips voor de rest van onze trip, bloemen uit de tuin en Stella’s.

Naast tuin- en huishoudelijk werk en familie hebben 65+ mensen doorgaans ook nog vrienden. De beste vrienden van John en Shirley hadden we in Penola al ontmoet, Rachel en Malcolm Morris. Ze waren maar wat blij dat we in Adelaide waren en namen de kans om hun kennis en liefde voor de stad, die ze doorgans op vrijwilligersbasis twee dagen per week aan het publiek schenken, op ons af te doen stevenen. Een beetje overweldigend, maar fantastisch. In een van de registers in het museum stond de over-over-…-overgrootvader van Shirley als een van de mannen die als settler uit het Verenigd Konikrijk was overgekomen naar Adelaide. We hadden met ons zessen een prachtige dag in Glenelg, het strand gedeelte van Adelaide. De dag was begonnen met een drankje en een Pavlova, een speciale taart met een meringue basis die we moesten geproefd hebben in Australië. Wel, we kunnen zonder. Op de middag lunchten we op een bankje. Het menu? Fish and chips uit het vuistje en een fles limonade. Cute wanneer de oudjes jong doen. ’s Avonds op hun terras meer drank, aperitief hapjes en dan lasagne. Samen dronken worden, dat is iets wat vrienden doen, dus ook hier geen uitzondering! Een tweede uitstapje stond een week later op de agenda, maar nu wouden ze de Belgische meisjes voor zichzelf. Een ander bekend deel van Adelaide is de Barossa Valley, thuis van de vele wijndruiven. We bezochten Jacob’s Creek en Peter Lehman. Er mocht telkens geproefd worden…perfect! De leuke namiddag werd afgesloten in een Italiaans restaurantje, waarvan de eigenaar bevriend was met Malcolm. De Belgian girls deden de oude Italiaan aan Europa denken, waardoor hij plots onze mening wou over zijn home made gelatti en een groot gratis ijsje in onze handen duwden. Who are we to complain?

Ons verblijf bij de grootouders had ook een effect op het binnen- en buitenlopen van de kleinzoons. John en Shirley grapten dat ze ze nog nooit zoveel gezien hadden nu er twee iets oudere meisjes rondliepen. Wij vonden dat ook grappig, maar onze faves waren de twee kleinsten Ollie en Cooper, 10 en 12. Met hun gingen we een dagje op schok om het meer ludieke deel van de Hills te bezichtigen, zijnde een gigantisch schommelpaard en een chocoladefabriek. Sue, de mama met een beetje hoogtevrees, had het goed bekeken aangezien de jongens niet met haar maar met ons dat gigantisch houten paard beklimmen wouden. Dat het van hout was en niet van steen was een verrassing voor Jolien, die nog nooit van het woord ‘rocking horse’ had gehoord en een stenen constructie verwachtte en wanneer we naast het schommelpaard stonden zoekend bleef rondkijken.
De twee jongens verjaarden ook terwijl we er waren, en we werden op de feestjes uitgenodigd. Beleefd als we zijn namen we ook een kadootje mee, we waren op slag de lievelingsnichten. J We hadden Shirley ook geholpen met haar baksels die ze klaar moest hebben voor de feesten. De favoriet van de familie zijn Honey Crackles en cheesecake. Te proeven na onze thuiskomst in Bijgaarden of Lombeek.

Campbelltown ligt op een twintig minuten durende busrit van Adelaide centrum. Gemakkelijk en goedkoop om een dagje in de stad rond te hangen. Op een van die uitjes waren we niet alleen. Shirley spreekt namelijk om de twee weken met een groepje vriendinnen af om in het centrum te gaan lunchen en shoppen. Deze keer werden geïnviteerd. Pam en Rachel kenden we al, en doordat een van de twee andere dames afgezegd had, weten we nu niet zo goed meer met welke van die twee we nu wel geshopt hebben, we houden het op Anne. Super gezellige dag. En wij zijn nu hoopvol voor onze toekomst, shoppen kan nog als je zeventig bent! Wel een ander soort shoppen moeten we toegeven, en op een ander ritme. Er werd gezocht naar knopen, badmatten, wollen gilets,postkaartjes …

We zijn ook een paar keer bij Milli, de nieuwe schoondochter in de familie, thuis geweest. Lekker Italiaans eten, een zwembad, een modern interieur, een prehistorische internetverbinding, het was eens iets anders. Maar het waren vooral twee vrouwen waarmee we onnozel konden doen, en vanonder onze dekentjes in de zetel samen gillend naar chickflicks en griezelfilms keken. Een voorbeeld: Marissa, haar dochter, Jolien en Lisa verkrampt naast elkaar onder de dekentjes met de handen voor de ogen, en Milli op en neer springend in de zetel al gillend "Kill him, kill him!" wanneer de moordenaar in The Red Dragon probeert toe te slaan. De zoon des huizes Adrian maakte alles nog wat erger door af en toe ons nog extra te doen verschieten. Milli haar ouders komen uit Italië. En dat hebben we geweten: erg luid en veel gebaren. We werden aan een deel van de familie voorgesteld: een van de zussen en haar twee schattige kinderen Indiana en Kobe, maar ook La Mamma. We waren al gewaarschuwd dat ze niet op haar mondje gevallen was, en een fervent gebruiker van de middelvinger. Maar ze vond ons leuk en wou ons erbij op de grote Moederdag festiviteiten.

Moederdag, een internationaal feit. En wij zaten vreemdgenoeg met onze moeders zo’n 17000 km verder met een drukke agenda. ’s Ochtends met John en Shirley gaan ontbijten bij David en Kerri, ’s middags met de Italiaanse familie gaan eten in een Chinees restaurant, met dessert en Italiaanse koffie thuis nadien. Dan terug naar ons grootouderlijk huis, waar Sue en Mike elk met hun aanhang samentroepten. Het overvolle gevoel in de buik was erger dan met Kerstmis… Het was een superleuke dag, maar ook een beetje raar om iedereen zijn of haar moeder te zien vastnemen, terwijl wij dat niet konden. Maar wij kunnen dan wel weer via deze weg zeggen: mama en moeke, wij zien jullie graag!

Je kan je beginnen afvragen hoe lang we daar geweest zijn. Hier volgt een korte schets: de eerste week verkenden we Adelaide en Campbelltown en leerden we beetje bij beetje de familie kennen. De tweede week lieten we Eduardo in de veilige handen van John, en vlogen we naar Alice Springs voor een fantastisch weekje. Week drie was normaal gezien de laatste, voorzien van afscheidsdiner voor de hele familie en kadootjes voor John en Shirley. Maar de dag dat we met tranen in de ogen vertrokken richting binnenland, sputterde Eduardo tegen. We hadden net de dag voordien Roadside Assistance genomen, om zeker te zijn, en kijk ’s aan, we hadden het nodig! We waren platgevallen na 15 minuten rijden al… De man van de RAA kwam, maakte de auto voorlopig, en stuurde ons naar een garage gespecialiseerd in elektronica. In de namiddag stonden we bij wijze van verrassing opnieuw voor de deur van John en Shirley, die het maar wat te grappig vonden na de eerste verbazing. De afspraak in de garage was gemaakt, in tussentijd gingen we naar de hostels, kijken of we de auto konden verkopen. Want het vertrouwen in Eduardo was nu wel erg laag. Maar blijkbaar had de garagist in Penola half werk geleverd (als het dat al was). Hij had ‘gefoefeld’ zoals we dat noemen met een kabeltje opdat het toch zou passen, in plaats van de juiste te bestellen. Dus nu had de garage de zes (want het is en blijft onze V6) sparkplugs en de kabels vervangen. Dat was een rekening die te vermijden was als Chris Martin in Penola wat beter zijn best had gedaan… Maar het was en is nu zo. We besloten nog te blijven tot na Moederdag, na de uitnodigingen. En dinsdag vertrokken we, deze keer voor echt, richting Sydney dwars door de vele landbouwstreken. En opnieuw waren er tranen in de ogen, zelfs bij stoere beenhouwer John. Sindsdien houden we wekelijks onze Aussie grootouders op de hoogte van onze avonturen, en geven zij ons de weerberichten en familienieuws.