dinsdag 23 maart 2010

Going South, part II

Stop nummer zeven: the Lakes Entrance. Het begin van de 90 miles Beach, en van het Lakes NP. We hadden wat pech met het weer: een beetje regen. Maar op de camping hadden we geluk: er was een gigantische tak van een boom gevallen, de tweede boom naast onze tent en auto… Toch nog ’s nachts onze auto verzet naar een boomloze plek op de tentweide. ’s Avonds hebben we de muziek opgezet in de camp kitchen, we waren er toch alleen, en een beetje gymnastiek gedaan. ’s Ochtends wakker geworden en geen andere gevallen tak gezien.

We reden verder naar de volgende stop. Maar Eduardo, onze auto (naar garage Eddy Nash en zijn Cubaanse vintage roots genoemd) is een probleemkindje aan het worden en vraagt onze aandacht: zijn check lichtje brandt af en toe. Ontdekking nummer zoveel inzake auto-onderdelen. Blijkbaar heeft een auto een O2 centre ofte oxygen centre en daar kan– hoe kan het ook anders – iets mee misgaan. Het plan was naar het zuidelijkste punt te rijden, naar een pracht van een NP, Wilson’s Prom, maar met een tegenpruttelende auto riskeren we liever niet in the middle of nowhere te rijden en op een of andere kronkelweg in de bergen vast te zitten. Dus stopten we in Yarram, een stadje ergens halfweg, de eerste plek waar we een garage tegenkwamen. Maar het was weekend, dus moesten we wachten tot maandagochtend om te gaan vragen wat er nu toch scheelt met de auto. Van de nood een deugd gemaakt en er een lekker lui weekend van gemaakt. Maar het weer was geen buiten-in-de-zon-liggen weer, dus kropen we in de camp kitchen voor een echte lazy Sunday, en … keken we nog ’s televisie: Sister Act en Dreamgirls, maar ook als de nieuwsgierige jongvolwassenen die we zijn, naar het nieuws. Tot onze grote verbazing zagen we dat er een grote aardbeving was in Chili en dat dit tsunamigevaar met zich meebracht voor dat deel van de Australische kust waar wij net zaten. Als de auto niet gefaald had, zaten we nu nog op 90 miles beach, een plek die ze afgesloten hadden om zeker te zijn. (Het is alsof hij het wist, onze auto.) Niet dat er iets ergs gebeurd was, het stond er naar het schijnt vol met op hun honger wachtende ramptoeristen.
In de garage kregen we dus het nieuws van het O2 centre, maar ook groen licht om nog tot Melbourne te rijden, waar we een adresje hadden om gratis te slapen, en dat spaart toch wel wat uit, als je nog drie dagen op dat onderdeel moet zitten wachten. Dus op naar Margie en Jeff, vrienden van de oom en tante van Lisa. ’s Nachts nog doorgereden, en dan ontdekt dat onze gewone lampen niet meer werken. De hele rit mensen lastiggevallen met onze fahren, die het gelukkig wel nog deden, maar het was dat of in de gracht eindigen of een kangoeroe platrijden, die actief worden ’s nachts (een van de redenen waarom we nog niet zo veel ’s nachts gereden hadden). In een totale auto-paranoia dachten we meteen dat de hele auto naar de haaien was. We vergaten het simpele feit dat het ook wel eens gewoon de lamp kon zijn die vervangen moest worden…wat uiteindelijk ook het geval was.

Margie en Jeff, de Savage Dahls, waren niet thuis toen we arriveerden, maar dochter Kari en haar vriend Jack waren opgebleven om ons op te vangen. And once again, a friendly Australian family. We parkeerden naast de kerk, niet toevallig, want Margie is dominee van die kerk en woont lekker handig naast haar werk. ’s Anderendaags wanneer de ouders thuiskomen vertellen we wat van onze avonturen en vragen we of ze een goede garage kennen in de buurt. Margie ging zelfs met ons mee om druk uit te oefenen, want welke garagist kan het wat schelen wat twee backpackers van een slecht nazicht denken, die gaan geen slechte reclame maken, maar een vaste klant als Margie met een hele parochie wel dus. And once again, super garagist die de werkuren laat vallen en enkel de onderdelen aanrekent! Margie en Jeff wonen in Rosebud, op de Mornington Peninsula rechts onder Melbourne, met een prachtig strand en pier, maar ook een suburb waar alle rijke Melbourners komen pensioneren. Er is een overvloed aan ongeduldige, schuifelende ouden van dagen, sommigen met een brede glimlach, andere met de intentie je hielen eraf te rijden met hun hulpmiddelen op wielen… Jeff werkt in Melbourne, en wij dachten, die wonen in de suburbs van Melbourne, da’s op een scheet van elkaar. Niet dus. Jeff is elke dag met het openbaar vervoer zo’n vier uur in totaal onderweg. Bij ons sta je bijna in een buurland… Die afstanden blijven toch vreemd.

Wij waren nogal moe en planden vroeg in bed te kruipen. Daar kwam echter een kippenpootje tussen. De dochter des huizes werd die dag door drie kippen naar huis gevolgd, en besloot ze bij te houden en ’s anderendaags naar een asiel ofzoiets te brengen. Dat was buiten de vossen uit de buurt gerekend. Wij worden opgeschrikt door luid gekakel, en veel pluimen in de tuin. Wij, de dochter en de mama naar buiten om de schade op te meten. ‘One chook down’ blijkbaar, want we vonden er slechts twee terug, die blijkbaar in het huis zouden overnachten veilig van de vos als het van Kari afhing. Wij hadden net onze was mogen doen en alles in de living uitgehangen om te drogen. Joliens denkwerk was snel, en in een wip waren onze onderbroeken die bijna op de grond lagen op het droogrek op een hoger niveau geduwd. (niemand wil namelijk kippen in de buurt van zijn ondergoed…) De kippen werden naar het waskot geleid, niet zo simpel met recent getraumatiseerde beesten, een Lisa die niets van vogels moet weten, en een Kari die wanhopig naar de derde kip buiten blijft zoeken. Goed werk Jolle en Margie! Wij lagen dan eindelijk in bed wanneer we plots weer luid gekakel horen. Weer het hele huis in rep en roer! Wij vonden het nu wel grappiger (we waren ook echt moe), en zagen zelfs de kans om er als echte toeristen foto’s van te trekken. Kip nummer drie leefde dus nog, maar was toch een staart en een kilo of twee pluimen lichter. Toch moest deze bebloede kip ook het huis in, maar dan in de badkamer. Nog een geluk dat we ’s anderendaags een trip gepland hadden en vroeg het huis uit waren, want die twee kamers moesten logischerwijs grondig gekuist worden, er zaten zelfs strontpootafdrukken op de muur…

We wisten toen nog niet dat we best veel nachten in dit huis gingen doorbrengen. Maar over Rosebud volgt 'snel' meer!

woensdag 10 maart 2010

Going South

Na Sydney: Melbourne! Slechts een goeie duizend kilometer ertussen, maar wat voor een weg: langs de oceaan, de Princes Highway genoemd.

Eerste stop: Wollongong. Hier nog de papieren voor onze auto geregeld en de verzekering. We hadden nog geen kampeergerief, dus op zoek naar een hostel. We worden beter in het vinden van goedkope alternatieven. Keiraleigh backpackers hostel was de oplossing voor deze avond. Adres in ons handje, belandden we voor een huis, in een woonstraat, verstopt achter veel bomen en struikgewas, met rommel langs de straatkant. Maar wat voor een fantastische hostel! Met het risico melig te klinken: het was net een grote familie. Het was een tikkeltje alternatief, maar super gezellig. We verlengeden ons verblijf meteen met een nacht. Na op het strand te hangen met de huisgenoten, samen eten en een filmpje bekijken in de living.

Tweede stop: Kiama, bekend om haar Blowhole. Woordje uitleg: het is een rotsformatie aan de kust met een opening waarlangs de oceaan bij vloed water omhoog spuwt zoals een geiser. Impressionant. In dit dorpje hadden we ons kampeergerief al, dus campingske gedaan. En met succes gekokkereld en geslapen, alleen is het ’s nachts nogal frisjes. Maar met de Belgische winter in het achterhoofd bijten we wel op onze tanden. Weg uit Kiama een strand gepasseerd dat naar de naam seven miles beach luistert. Stoppen en uitchecken was de boodschap. Een instant bruine, net niet rode teint het gevolg.

Derde stop: Jervis Bay. Daar hadden we telefonisch een camping geboekt, maar bij aankomst bleek dat een maar een zielig plaatsje te zijn, half ingenomen door een trots lid van de bond van de grote en irritante gezinnen. Dus hebben we vriendelijk bedankt en verder gezocht. Ons heil gevonden in Sanctuary Point (oh ironie de naam), even verderop. Vreemde camping, midden in een woonwijk (tikkeltje marginaal). Maar goedkoper, meer ruimte en minder volk. Hier hebben we kangoeroe nummer drie gespot. Groter, sneller en gevaarlijker dan de vorige twee, en super dichtbij, zomaar tussen de tenten, opgeschrikt door een hondje. Kennis gemaakt met onze buren, Neil en Calvin, twee mannen die sinds High school tweejaarlijks met elkaar afspreken om te vissen en te jagen. Er stond een gigantische boot naast hun tent, dus je kan al raden welke trip het nu was. ’s Nachts enorm veel geluiden gehoord, zoals apen en vechtende eenden, wat later gewoon de lokale fauna bleek te zijn, maar vanuit je tent vergelijk je het met wat je kent van geluid. Cookaburra’s klinken als apen en fruitbats als vechtende eenden. Maar wat we niet hoorden waren de dieven die er met het visgerief van de ene buur en met het fietsgerief van de andere vandoor gingen…
In Jervis Bay was het dat weekend een triathlon. Grootse organisatie, mensen van alle slag die meededen in een vochtig hitte die ons echt lam legde. Maar de muziek was er goed en er waren ijsjes, dus wij waren van de partij! Mensen bleven echt uren nadat de eersten binnen waren gelopen, aanstrompelen. Aandoenlijk hoeveel mensen er nog voor die mensen supporterden. Een klein jongetje dat voor zijn papa aan het supporteren was bracht bij ons toch plots een kleine jaloerse gedachte teweeg “die heeft tenminste een papa bij de hand om voor te roepen”. (Papa’s, we love you!)
J

Vierde stop: Narooma. Een stadje aan de kust, meer niet. Toch nog een plaats op een camping met een zwembad en een springkasteel gevonden. Het was die dag drukkend vochtig heet, dus besloten we er een rustnamiddag van te maken en af te koelen. De camping werd ook bevolkt door een kolonie parkietachtigen en Jolien voederde ze met de rest van onze nootjes als een echte Disney- prinses. (Belle volgens haar) (foto’s volgen als het opladen eindelijk wil lukken)


Vijfde stop: Eden, of iets verder toch. In Eden waren de campings nogal duur, dus reden we verder tot de Scrubby Creek rest area, free camping! Er stonden al drie motorhomes geparkeerd, dus het zag er wel veilig uit. De tent opgezet op een stenen ondergrond, iets gegeten, en dan uitgenodigd aan het kampvuur. Ons gezelschap waren allemaal gepensioneerd en lid van een motorhome en caravan club, onderweg naar een rally in Tazzie. Veel verhalen, ook horrorverhalen over spinnen en hoe ze op te sporen (Jolien is een paar keer gestorven), aanhoord. Maar dit was ook de avond waarop we onze eerste possum gezien hebben. Een eekhoornachtige, alleen groter en schattiger en pluiziger. We kregen ook een kadootje: een jerrycan unleaded petrol die iemand had achtergelaten, en zij hadden allemaal diesel, dus besloten ze dat wij het maar moesten meenemen. Het was net alsof ze wisten dat we het nodig gingen hebben…

Onderweg naar de volgende stop, ergens in de volgende staat: Victoria, merkten we dat de benzinestations schaarser verspreid zijn hoe zuidelijker we gingen op de Princes Highway. Het werd mooier, we reden door meer nationale parken, dus als we iets aandachtiger geweest waren in plaats van van de zon te genieten en mee te zingen met de muziek hadden we dat misschien iets vroeger gemerkt… Maar nu hadden we het dus door zodra we Eden uit waren. Plots zakte het pijltje drastisch en begonnen we ons af te vragen waar die tankstations bleven. De pijl naar het volgende dorpje duidde 20 kilometer aan. “Dat halen we!” Maar eens daar bleek Genoa een dorp van vijf huizen te zijn en het tankstationnetje tijdelijk buiten werking, met de boodschap, “next petrol 23km”. Dus wij met een bang hartje naar Mallacoota, de plaats van de benzine. We hebben het gehaald, maar nooit meer riskeren we met het benzinepijltje op het laatste streepje te rijden. Les nummer zoveel geleerd. Maar het feit dat we door deze verplichte detour een pracht van een stadje ontdekt hebben maakt de les aanzienlijk minder hard.
Hier stootten we namelijk op een prachtige, en toch nog goedkope, camping (onze tent stond vlak aan het water, omringd door pelikanen) en hebben we Sean en Patrick ontmoet, de ene is Brits, de andere Canadees. Ze hebben elkaar leren kennen op de luchthaven, en reizen sindsdien samen door Australië. Ze waren hier gestrand toen hun geld op was en zijn beginnen werken. Ze waren maar al te blij met nog ander jong volk en trakteerden ons op een avondje in de plaatselijke pub. (aka een ruimte met een pooltafel en vol oude dronken gokkende mannen, die al sloot om 23u) Ze werken op de camping en in het plaatselijke ijssalon, just the people to know… Free smoothies and toilet rolls! De nachten worden ook kouder en hier in the middle of nowhere was het kopen van een slaapzak - wat ons plan was voor de volgende stop beseffende dat we niet eeuwig in de Rock Ternat pul konden slapen, bedolven onder onze handdoeken - nogal moeilijk. Maar de jongens waren zo vriendelijk een van hun slaapzakken te lenen, en een Brits koppel dat aan een wereldreis bezig was, stond gelijk hun fleece dekentjes aan ons af. En zo sliepen we sinds een nacht of vier eindelijk nog eens door. De jongens hadden ook een konijn geadopteerd, Barney the black bunny, en verleidden ons even om hem mee te nemen, maar we hebben uiteindelijk van ons hart een steen gemaakt en het konijntje bij de jongens achtergelaten. Met een volle tank vertrokken we dan richting Melbourne!

woensdag 3 maart 2010

De weg terug naar paperassenstad, begin februari.

Begin Februari Jan aan de luchthaven in Brisbane achtergelaten, zijn rode rugzak het gebouw zien binnenstappen. Daarna… stilte. Een vertrokken gezicht, nog een. Rood worden. Traantjes. “Nu begint het! Nu is het gewoon met ons tweetjes!” Bang voor wat nieuw is, maar er eigenlijk zo klaar voor… De juiste wijvenmuziek door de boxen en we waren op weg! De van terug in Sydney parkeren.
Maar onderweg: vrienden bezoeken in Byron Bay. Ondanks de gutsende regen, gingen we naar een home party die een iemand van ons gezelschap via via kende. Het liep daar wel vroeg leeg, dus hielden we het snel voor bekeken en gingen door de regen terug naar onze van die we clandestien op yha parking gezet hadden en die we moesten verzetten om 6u. Het was nog steeds aan het gieten en we hadden de lichten per ongeluk aangelaten… Je kan het al raden… Een groepje jongens wou onze toch wel zware van in gang wouden duwen, een keer of zeven. Tijdens het duwen, ja wij deden mee, onze schoenen (onze flipflops ofte thongs) uitgedaan en ergens gesmeten, Lisa in de van, Jolien ergens in de middle of the road. Resultaat: de gevaarlijke, want gladde simpele slippers van Lisa zijn nog steeds mee op reis, de mooie birkenstocks van Jolien staan nog steeds in Byron Bay, einde van de reis daar… Iemand merkte op dat de NRMA langsreed, en Lisa spurtte op blote voeten 2blokken verder. De man beloofde binnen het kwartier nog langs te komen, en effectief, het probleem was op nog geen uurtje opgelost! Les geleerd inzake aandachtig zijn bij het ontbreken van een lichten-aan-signaal in een auto.

Op tijd in Sydney, ondanks gesloten tunnel, van gecarwasht, terug gevuld. Rugzakken werden terug gezeuld, richting een hostel. Toch veranderd van hostel, goedkoper, met een zekere charme, geen airco wel… in een kamer met 4 andere meisjes met slechts twee ventilators… need to say more? Onze hostel lag in China town. Chinatown, dat hebben we ook in België, wel, als wij chinatown hebben, heeft sydney een China op zichzelf. En als kers op de taart: het was Chinees Nieuwjaar toen we er waren, het jaar van de tijger (go 1986 go!) Dit gepaard met vreemd eten in de keuken, veel lawaai, vrolijke oogjes, nog meer lawaai, dansende draken die offers komen innen in elk etablissement in Chinaworld, begeleid door tiental drummende mensen, om de slechte geesten te verjagen wordt er ook onnoemelijk veel mini-vuurwerk afgestoken, gewoon op straat…allemaal nogal veel en luid in een kamer waar het levensnoodzakelijk is om het raam aan de straatkant open te laten.

Auto shoppen. We zijn goed in shoppen. Schoenen, handtassen, kleedjes, eten, noem maar op, waarom niet beginnen met auto’s? Way over our head, echt, maar er toch voor gegaan; de kleur zal op z’n minst wel juist zitten. Eerst bij een paar backpackers gaan kijken naar hun baby’s, maar papiergewijs zat dat meestal niet goed, en de grote mechanische controle was ook steeds voor onze rekening. Dan een buskaartje gekocht naar een buitenwijk van Sydney, Paramatta Road, een aaneenrijging van car dealers. Wij houden van een uitdaging, dus trekken we erop uit op de warmste dag die week, zwetend, gestresseerd, ingesmeerd en overladen met water op een schaduwloze drukke versie van de ninoofse steenweg lopen we te zoeken naar een auto. We hebben al aangenamer de dag doorgebracht. Waarschijnlijk met een kleine zonneslag ons laten inpakken en een auto gekocht die dag bij Ron van de Sydney Car dealers. De auto had ook een beetje ons hart gestolen, zo blinkend in de zon, zo zuiders, zo vintage. Het feit dat het een V6 motor is was voor ons een detail. (Sorry Jan, pas later aan je raad teruggedacht) Maar we kregen een auto, en registratie en verzekering voor een schappelijke 2240 dollar. Het feit dat er een kangoeroe in de ruimte was op het moment dat we tekenden aanzagen we als een teken. Zo’n cutie van een beest, een jonkie, zomaar als huisdier in een oud vrouwtje haar rugzak. We mochten hem aaien en ermee op de foto. Ze vonden het grappig dat wij zo enthousiast waren bij het zien van de kangoeroe, onze tweede, hun tweeduizendste.

Dinsdag 16 februari, aaaaaah dinsdag 16 februari. In de annalen van de reis tot dusver toch de avontuurlijkste dag. We trekken met onze zak naar de auto, we trekken met de auto richting Melbourne, Sydney uit naar het zuiden. Een prachtige rit… van zo’n 10 km. We parkeerden ons even, Lisa moest weer naar toilet, willen de auto terug starten, maar… geen geluid. Les 1 in beleefd maar kwaad bellen naar je car dealer. Geslaagd, een uur later kwamen mechaniekers ons depanneren. Die met de piepstem sloeg zijn deur open recht in onze auto, de andere sloeg herhaardelijk op iets onder de motorkap, de startmotor bleek later. We moesten ze volgen tot hun garage, toen wisten we nog niet dat het onze thuis ging zijn voor de komende 2 dagen…

Garage Eddy Nash, huis van de vele scheldwoorden en blote vrouwen posters. Maar ook waar Mick, de baas, Dio, een Portugees, en Simon, de neef van de baas werkten. EN Jimmy. Een man van 68 uit Fiji die in de garage rondhangt en hier en daar wat helpt en voor veel animo zorgt door iedereen uit te maken voor dickhead, en elk bestaand ras te bekritiseren. Ze repareerden de startmotor, de rekening ging naar dickhead car dealer, die zich toch nog verontschuldigd had. De garagisten en substituut vader/broer/opa’s voor twee dagen stelden voor onze auto nog eens na te kijken. Wat ze nog moesten verbeteren deden ze gratis, we moesten enkel de onderdelen betalen. Wij waren de garage meisjes daar, mochten telefoon opnemen, gingen achter de lunch, dronken biertjes, koffie en water, zelfs nadat we de wc daar gezien hadden. ’s Avonds mochten we bij Jimmy thuis slapen, twee straten verder. Echt schattig. We mochten in de kamer van zijn zoon slapen die airbus piloot is in Vietnam, en pas de volgende week terugkwam. Jolien kon zo nog ’s naar Home and Away kijken, maar daar zaten precies toch een paar mensen in die nog niet bekend zijn in België. Tijdens het volgende programma werd er dan toch beslist om naar het ziekenhuis te gaan, Lisa had al een paar dagen pijn, maar kon nu niet meer ontspannen zitten van de pijn. Dus met onze nieuwe auto, nog niet verzekerd, met Jolien aan het stuur, na een spoedles automatique rijden, en Jimmy op de achterbank, die normaal gezien al in bed zou liggen naar het ziekenhuis. “See that light, Djo-wien? Turn Right.” Yes, good, you’re driving very good Lisa, euh, Joey.” “Now turn, hook it, hook it, hook it.” What is that light, we need to fix that too.” “Are you alright Lisa, you need to drink, drink drink.”
In het ziekenhuis zorgde Jimmy’s Fiji roots voor een parkeerplaats, de security was namelijk ook van Fiji en kneep een oogje dicht bij onze verkeerd geparkeerde auto. Bij het inchecken vroegen ze naar familie en vrienden in Australie, en trots sprong Jimmy naar voren, en zei: they’re my friends. Maar vloekte even goed in de wachtzaal op de dokters, verplegers, andere zieken.
De dokter was vriendelijk en efficiënt, na nogal onzeker te zijn en te vragen of Lisa haar aders goed waren – waarop ze antwoordde dat dat niet aan haar aders ligt, maar ook aan degene die moet prikken. Alle testen duidden op een ontsteking van de urinewegen, maar nog net geen nierontsteking. Dus mochten we om 1u naar huis met pijnstillers en een voorschrift voor antibiotica. Jimmy was nog net wakker. ’s Anderendaags de rest van de auto gerepareerd en Lisa was al beter, dus namen we afscheid – maar niet zonder foto’s!- en waren we eindelijk onderweg, Sydney achter ons latend en op weg naar Melbourne

dinsdag 2 maart 2010

de groep op Fraser Island: Sarah & Carl, Tuukka & Maria, Little Dave/Rambo et les trois Belges

zo zaten we allemaal in de 4WD
de groep: Maria, Tuukka, David, Carl, Sarah, Jan, Jolien, Lisa

Maria met de hangover


onze kampplaats op Fraser



Eli Creek, en een pintje-pauze