Begin Februari Jan aan de luchthaven in Brisbane achtergelaten, zijn rode rugzak het gebouw zien binnenstappen. Daarna… stilte. Een vertrokken gezicht, nog een. Rood worden. Traantjes. “Nu begint het! Nu is het gewoon met ons tweetjes!” Bang voor wat nieuw is, maar er eigenlijk zo klaar voor… De juiste wijvenmuziek door de boxen en we waren op weg! De van terug in Sydney parkeren.
Maar onderweg: vrienden bezoeken in Byron Bay. Ondanks de gutsende regen, gingen we naar een home party die een iemand van ons gezelschap via via kende. Het liep daar wel vroeg leeg, dus hielden we het snel voor bekeken en gingen door de regen terug naar onze van die we clandestien op yha parking gezet hadden en die we moesten verzetten om 6u. Het was nog steeds aan het gieten en we hadden de lichten per ongeluk aangelaten… Je kan het al raden… Een groepje jongens wou onze toch wel zware van in gang wouden duwen, een keer of zeven. Tijdens het duwen, ja wij deden mee, onze schoenen (onze flipflops ofte thongs) uitgedaan en ergens gesmeten, Lisa in de van, Jolien ergens in de middle of the road. Resultaat: de gevaarlijke, want gladde simpele slippers van Lisa zijn nog steeds mee op reis, de mooie birkenstocks van Jolien staan nog steeds in Byron Bay, einde van de reis daar… Iemand merkte op dat de NRMA langsreed, en Lisa spurtte op blote voeten 2blokken verder. De man beloofde binnen het kwartier nog langs te komen, en effectief, het probleem was op nog geen uurtje opgelost! Les geleerd inzake aandachtig zijn bij het ontbreken van een lichten-aan-signaal in een auto.
Op tijd in Sydney, ondanks gesloten tunnel, van gecarwasht, terug gevuld. Rugzakken werden terug gezeuld, richting een hostel. Toch veranderd van hostel, goedkoper, met een zekere charme, geen airco wel… in een kamer met 4 andere meisjes met slechts twee ventilators… need to say more? Onze hostel lag in China town. Chinatown, dat hebben we ook in België, wel, als wij chinatown hebben, heeft sydney een China op zichzelf. En als kers op de taart: het was Chinees Nieuwjaar toen we er waren, het jaar van de tijger (go 1986 go!) Dit gepaard met vreemd eten in de keuken, veel lawaai, vrolijke oogjes, nog meer lawaai, dansende draken die offers komen innen in elk etablissement in Chinaworld, begeleid door tiental drummende mensen, om de slechte geesten te verjagen wordt er ook onnoemelijk veel mini-vuurwerk afgestoken, gewoon op straat…allemaal nogal veel en luid in een kamer waar het levensnoodzakelijk is om het raam aan de straatkant open te laten.
Auto shoppen. We zijn goed in shoppen. Schoenen, handtassen, kleedjes, eten, noem maar op, waarom niet beginnen met auto’s? Way over our head, echt, maar er toch voor gegaan; de kleur zal op z’n minst wel juist zitten. Eerst bij een paar backpackers gaan kijken naar hun baby’s, maar papiergewijs zat dat meestal niet goed, en de grote mechanische controle was ook steeds voor onze rekening. Dan een buskaartje gekocht naar een buitenwijk van Sydney, Paramatta Road, een aaneenrijging van car dealers. Wij houden van een uitdaging, dus trekken we erop uit op de warmste dag die week, zwetend, gestresseerd, ingesmeerd en overladen met water op een schaduwloze drukke versie van de ninoofse steenweg lopen we te zoeken naar een auto. We hebben al aangenamer de dag doorgebracht. Waarschijnlijk met een kleine zonneslag ons laten inpakken en een auto gekocht die dag bij Ron van de Sydney Car dealers. De auto had ook een beetje ons hart gestolen, zo blinkend in de zon, zo zuiders, zo vintage. Het feit dat het een V6 motor is was voor ons een detail. (Sorry Jan, pas later aan je raad teruggedacht) Maar we kregen een auto, en registratie en verzekering voor een schappelijke 2240 dollar. Het feit dat er een kangoeroe in de ruimte was op het moment dat we tekenden aanzagen we als een teken. Zo’n cutie van een beest, een jonkie, zomaar als huisdier in een oud vrouwtje haar rugzak. We mochten hem aaien en ermee op de foto. Ze vonden het grappig dat wij zo enthousiast waren bij het zien van de kangoeroe, onze tweede, hun tweeduizendste.
Dinsdag 16 februari, aaaaaah dinsdag 16 februari. In de annalen van de reis tot dusver toch de avontuurlijkste dag. We trekken met onze zak naar de auto, we trekken met de auto richting Melbourne, Sydney uit naar het zuiden. Een prachtige rit… van zo’n 10 km. We parkeerden ons even, Lisa moest weer naar toilet, willen de auto terug starten, maar… geen geluid. Les 1 in beleefd maar kwaad bellen naar je car dealer. Geslaagd, een uur later kwamen mechaniekers ons depanneren. Die met de piepstem sloeg zijn deur open recht in onze auto, de andere sloeg herhaardelijk op iets onder de motorkap, de startmotor bleek later. We moesten ze volgen tot hun garage, toen wisten we nog niet dat het onze thuis ging zijn voor de komende 2 dagen…
Garage Eddy Nash, huis van de vele scheldwoorden en blote vrouwen posters. Maar ook waar Mick, de baas, Dio, een Portugees, en Simon, de neef van de baas werkten. EN Jimmy. Een man van 68 uit Fiji die in de garage rondhangt en hier en daar wat helpt en voor veel animo zorgt door iedereen uit te maken voor dickhead, en elk bestaand ras te bekritiseren. Ze repareerden de startmotor, de rekening ging naar dickhead car dealer, die zich toch nog verontschuldigd had. De garagisten en substituut vader/broer/opa’s voor twee dagen stelden voor onze auto nog eens na te kijken. Wat ze nog moesten verbeteren deden ze gratis, we moesten enkel de onderdelen betalen. Wij waren de garage meisjes daar, mochten telefoon opnemen, gingen achter de lunch, dronken biertjes, koffie en water, zelfs nadat we de wc daar gezien hadden. ’s Avonds mochten we bij Jimmy thuis slapen, twee straten verder. Echt schattig. We mochten in de kamer van zijn zoon slapen die airbus piloot is in Vietnam, en pas de volgende week terugkwam. Jolien kon zo nog ’s naar Home and Away kijken, maar daar zaten precies toch een paar mensen in die nog niet bekend zijn in België. Tijdens het volgende programma werd er dan toch beslist om naar het ziekenhuis te gaan, Lisa had al een paar dagen pijn, maar kon nu niet meer ontspannen zitten van de pijn. Dus met onze nieuwe auto, nog niet verzekerd, met Jolien aan het stuur, na een spoedles automatique rijden, en Jimmy op de achterbank, die normaal gezien al in bed zou liggen naar het ziekenhuis. “See that light, Djo-wien? Turn Right.” Yes, good, you’re driving very good Lisa, euh, Joey.” “Now turn, hook it, hook it, hook it.” What is that light, we need to fix that too.” “Are you alright Lisa, you need to drink, drink drink.”
In het ziekenhuis zorgde Jimmy’s Fiji roots voor een parkeerplaats, de security was namelijk ook van Fiji en kneep een oogje dicht bij onze verkeerd geparkeerde auto. Bij het inchecken vroegen ze naar familie en vrienden in Australie, en trots sprong Jimmy naar voren, en zei: they’re my friends. Maar vloekte even goed in de wachtzaal op de dokters, verplegers, andere zieken.
De dokter was vriendelijk en efficiënt, na nogal onzeker te zijn en te vragen of Lisa haar aders goed waren – waarop ze antwoordde dat dat niet aan haar aders ligt, maar ook aan degene die moet prikken. Alle testen duidden op een ontsteking van de urinewegen, maar nog net geen nierontsteking. Dus mochten we om 1u naar huis met pijnstillers en een voorschrift voor antibiotica. Jimmy was nog net wakker. ’s Anderendaags de rest van de auto gerepareerd en Lisa was al beter, dus namen we afscheid – maar niet zonder foto’s!- en waren we eindelijk onderweg, Sydney achter ons latend en op weg naar Melbourne
Geen opmerkingen:
Een reactie posten