woensdag 10 maart 2010

Going South

Na Sydney: Melbourne! Slechts een goeie duizend kilometer ertussen, maar wat voor een weg: langs de oceaan, de Princes Highway genoemd.

Eerste stop: Wollongong. Hier nog de papieren voor onze auto geregeld en de verzekering. We hadden nog geen kampeergerief, dus op zoek naar een hostel. We worden beter in het vinden van goedkope alternatieven. Keiraleigh backpackers hostel was de oplossing voor deze avond. Adres in ons handje, belandden we voor een huis, in een woonstraat, verstopt achter veel bomen en struikgewas, met rommel langs de straatkant. Maar wat voor een fantastische hostel! Met het risico melig te klinken: het was net een grote familie. Het was een tikkeltje alternatief, maar super gezellig. We verlengeden ons verblijf meteen met een nacht. Na op het strand te hangen met de huisgenoten, samen eten en een filmpje bekijken in de living.

Tweede stop: Kiama, bekend om haar Blowhole. Woordje uitleg: het is een rotsformatie aan de kust met een opening waarlangs de oceaan bij vloed water omhoog spuwt zoals een geiser. Impressionant. In dit dorpje hadden we ons kampeergerief al, dus campingske gedaan. En met succes gekokkereld en geslapen, alleen is het ’s nachts nogal frisjes. Maar met de Belgische winter in het achterhoofd bijten we wel op onze tanden. Weg uit Kiama een strand gepasseerd dat naar de naam seven miles beach luistert. Stoppen en uitchecken was de boodschap. Een instant bruine, net niet rode teint het gevolg.

Derde stop: Jervis Bay. Daar hadden we telefonisch een camping geboekt, maar bij aankomst bleek dat een maar een zielig plaatsje te zijn, half ingenomen door een trots lid van de bond van de grote en irritante gezinnen. Dus hebben we vriendelijk bedankt en verder gezocht. Ons heil gevonden in Sanctuary Point (oh ironie de naam), even verderop. Vreemde camping, midden in een woonwijk (tikkeltje marginaal). Maar goedkoper, meer ruimte en minder volk. Hier hebben we kangoeroe nummer drie gespot. Groter, sneller en gevaarlijker dan de vorige twee, en super dichtbij, zomaar tussen de tenten, opgeschrikt door een hondje. Kennis gemaakt met onze buren, Neil en Calvin, twee mannen die sinds High school tweejaarlijks met elkaar afspreken om te vissen en te jagen. Er stond een gigantische boot naast hun tent, dus je kan al raden welke trip het nu was. ’s Nachts enorm veel geluiden gehoord, zoals apen en vechtende eenden, wat later gewoon de lokale fauna bleek te zijn, maar vanuit je tent vergelijk je het met wat je kent van geluid. Cookaburra’s klinken als apen en fruitbats als vechtende eenden. Maar wat we niet hoorden waren de dieven die er met het visgerief van de ene buur en met het fietsgerief van de andere vandoor gingen…
In Jervis Bay was het dat weekend een triathlon. Grootse organisatie, mensen van alle slag die meededen in een vochtig hitte die ons echt lam legde. Maar de muziek was er goed en er waren ijsjes, dus wij waren van de partij! Mensen bleven echt uren nadat de eersten binnen waren gelopen, aanstrompelen. Aandoenlijk hoeveel mensen er nog voor die mensen supporterden. Een klein jongetje dat voor zijn papa aan het supporteren was bracht bij ons toch plots een kleine jaloerse gedachte teweeg “die heeft tenminste een papa bij de hand om voor te roepen”. (Papa’s, we love you!)
J

Vierde stop: Narooma. Een stadje aan de kust, meer niet. Toch nog een plaats op een camping met een zwembad en een springkasteel gevonden. Het was die dag drukkend vochtig heet, dus besloten we er een rustnamiddag van te maken en af te koelen. De camping werd ook bevolkt door een kolonie parkietachtigen en Jolien voederde ze met de rest van onze nootjes als een echte Disney- prinses. (Belle volgens haar) (foto’s volgen als het opladen eindelijk wil lukken)


Vijfde stop: Eden, of iets verder toch. In Eden waren de campings nogal duur, dus reden we verder tot de Scrubby Creek rest area, free camping! Er stonden al drie motorhomes geparkeerd, dus het zag er wel veilig uit. De tent opgezet op een stenen ondergrond, iets gegeten, en dan uitgenodigd aan het kampvuur. Ons gezelschap waren allemaal gepensioneerd en lid van een motorhome en caravan club, onderweg naar een rally in Tazzie. Veel verhalen, ook horrorverhalen over spinnen en hoe ze op te sporen (Jolien is een paar keer gestorven), aanhoord. Maar dit was ook de avond waarop we onze eerste possum gezien hebben. Een eekhoornachtige, alleen groter en schattiger en pluiziger. We kregen ook een kadootje: een jerrycan unleaded petrol die iemand had achtergelaten, en zij hadden allemaal diesel, dus besloten ze dat wij het maar moesten meenemen. Het was net alsof ze wisten dat we het nodig gingen hebben…

Onderweg naar de volgende stop, ergens in de volgende staat: Victoria, merkten we dat de benzinestations schaarser verspreid zijn hoe zuidelijker we gingen op de Princes Highway. Het werd mooier, we reden door meer nationale parken, dus als we iets aandachtiger geweest waren in plaats van van de zon te genieten en mee te zingen met de muziek hadden we dat misschien iets vroeger gemerkt… Maar nu hadden we het dus door zodra we Eden uit waren. Plots zakte het pijltje drastisch en begonnen we ons af te vragen waar die tankstations bleven. De pijl naar het volgende dorpje duidde 20 kilometer aan. “Dat halen we!” Maar eens daar bleek Genoa een dorp van vijf huizen te zijn en het tankstationnetje tijdelijk buiten werking, met de boodschap, “next petrol 23km”. Dus wij met een bang hartje naar Mallacoota, de plaats van de benzine. We hebben het gehaald, maar nooit meer riskeren we met het benzinepijltje op het laatste streepje te rijden. Les nummer zoveel geleerd. Maar het feit dat we door deze verplichte detour een pracht van een stadje ontdekt hebben maakt de les aanzienlijk minder hard.
Hier stootten we namelijk op een prachtige, en toch nog goedkope, camping (onze tent stond vlak aan het water, omringd door pelikanen) en hebben we Sean en Patrick ontmoet, de ene is Brits, de andere Canadees. Ze hebben elkaar leren kennen op de luchthaven, en reizen sindsdien samen door AustraliĆ«. Ze waren hier gestrand toen hun geld op was en zijn beginnen werken. Ze waren maar al te blij met nog ander jong volk en trakteerden ons op een avondje in de plaatselijke pub. (aka een ruimte met een pooltafel en vol oude dronken gokkende mannen, die al sloot om 23u) Ze werken op de camping en in het plaatselijke ijssalon, just the people to know… Free smoothies and toilet rolls! De nachten worden ook kouder en hier in the middle of nowhere was het kopen van een slaapzak - wat ons plan was voor de volgende stop beseffende dat we niet eeuwig in de Rock Ternat pul konden slapen, bedolven onder onze handdoeken - nogal moeilijk. Maar de jongens waren zo vriendelijk een van hun slaapzakken te lenen, en een Brits koppel dat aan een wereldreis bezig was, stond gelijk hun fleece dekentjes aan ons af. En zo sliepen we sinds een nacht of vier eindelijk nog eens door. De jongens hadden ook een konijn geadopteerd, Barney the black bunny, en verleidden ons even om hem mee te nemen, maar we hebben uiteindelijk van ons hart een steen gemaakt en het konijntje bij de jongens achtergelaten. Met een volle tank vertrokken we dan richting Melbourne!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten