maandag 19 april 2010

Exit Melbourne and off to Adelaide!

We reden naar het zuiden van de peninsula, Portsea, waar de ferry vertrekt naar de overkant van de baai. De ferry nemen is goedkoper dan de baai rond te rijden langs Melbourne, en ook gewoon leuk. We kregen al snel gezelschap van een groepje dolfijnen, super mooi om te zien. Eens de ferry uitgereden, zagen we het bord van de Great Ocean Road al. Deze weg langs de kust tussen Melbourne en Adelaide wordt als een van de mooiste ritten ter wereld bestempeld. Wij waren er klaar voor! Het eerste grote dorpje op de weg is Torquay, Surf Capital. Een week later vond daar de Rip Curl Pro surfwedstrijd plaats op Bells Beach, en de pro’s waren er al aan het trainen! We merkten dit aan de massa mensen die naast ons stond en enthousiast wezen naar de zwarte stipjes in het water die effectief beduidend langer rechtstonden dan die we voorheen in de Australische waters gespot hadden.
Wij dachten dat het niet meer stuk kon gaan: de zon scheen, de mensen waren vrolijk, en er waren een massa surfers en surfwinkels. Maar dan kregen we te horen in het informatiecentrum dat de Paasvakantie voor de deur stond en dat de plaatsen om te overnachten moeilijker te vinden gingen zijn, en aanzienlijk duurder op deze toeristische route. Damn! Bovendien voorspelden ze regen. Double damn! Maar geen probleem voor ons: de route blijft mooi, en we hebben een neus voor goedkope slaapplaatsen ontwikkeld die nu getest kon worden. ’s Anderendaags wisselden we bijna elk half uur van chauffeur om zoveel mogelijk te zien. De oceaan was iets heviger, maar dat maakte het mooier, de rotskust was spectaculair. De weg was kronkelig en smal, maar wij zijn volleerd links rijdend geworden en de rit verliep vlot. De regen werd heviger in de namiddag en omdat we weinig zin hadden de tent in de regen op te zetten zochten we een hostel. Die vonden we in Apolo Bay. De hostel was super! Het waren een paar huisjes bij elkaar, met douches, keukens en charmante salons over het hele complex verspreid. Needless to say: alles erg shabby chic en bohemian met de nodige vuiligheid waar we blind voor geworden zijn, zoals een paar muizen in de muur naast ons stapelbed. Maar we hadden geluk met onze timing. Er was net een festival: het Apolo Bay Music Festival. Te duur voor ons, maar enkel de ingang van de tenten werd gecontroleerd, het gezellige festivaldorp er rond en de straatanimatiewedstrijd waren gratis. Het was ook net de verjaardag van Lisa haar mama en een telefoontje vanuit een openbare telefoon naar België stond op de agenda. De telefooncel die uitgekozen werd, stond aan de hoofdstraat, maar nog een eindje van het festival zelf. Toch werd het gesprek opeens bemoeilijkt op een absurde manier. Er werd een openingsparade op poten gezet met een paar van de festivalacts. De verjaardagswensen werden van een achtergrond muziekje voorzien door achtereenvolgens een doedelzakgroep, een kindercircus, een zevenkoppige bluesband op één aanhangwagen gepropt, en als laatste een bende musicerende boeddhistische monniken. Gelukkige verjaardag mama!!!
Geconfronteerd met het festivaleten, en met wat ze hier frieten noemen, werden we overvallen met een goesting naar de frietjes van een bepaald Belgisch frietetablissement , dat prompt een kaartje opgestuurd kreeg uit Oz. Jolien bestelt bij deze alvast drie potjes stoofvleessaus en Belgische mayonaise, en Lisa een Bicky friet met andalouse.


De Great Ocean Road is erg toeristisch, en met de vooruitzichten van nog meer slecht weer, handelden we dit deel van Australië iets sneller af dan voorzien. Maar wat we zagen was nog steeds de moeite waard. The Twelve Apostels, ofte 8 grote rotsformaties die er nog van overblijven voor de kust zijn prachtig, alsook The London Bridge, ietsje verder.
In plaats van langs de kust verder naar Adelaide te rijden besloten we in Warnambool de kust achter ons te laten en naar het NP the Grampians te rijden in het binnenland, en zo naar Adelaide te rijden. Dat was (wederom) zonder eerst even te checken met Eduardo onze auto. Deze keer gaf hij ons echt problemen door simpelweg niet meer te willen rijden. Op een stijgende, kronkelende weg naar het NP begon de auto te schudden en weigerde vervolgens vooruit te gaan wanneer er op de gaspedaal gestampt werd. Daar stonden we dan, zondagochtend 9u, twee gefrustreerde meisjes en een oude auto. Ons Belgisch bedje riep ons nog nooit zo luid. Maar wij laten ons niet kisten door een zeepkist met een V6 motor. De auto kregen we in de berm geduwd, onze hersens werden aan het denken gezet. Nog geen kwartier geleden waren we in het vorige dorp langs geweest in het informatiecentrum. Misschien wist de man daar wat we zouden kunnen doen. Want beste lezer, u moet weten, wij zijn niet aangesloten bij de Australische wegenwacht… Dom denkt u? Welnee. Optimistisch dan? Een beetje. Vertrouwend op avontuur, toeval en de goede wil van de Australiër? Sounds more like it! Lionel, de man van het informatiecentrum in Dunkeld herinnerde zich de Belgische meisjes die belachelijk vroeg aan zijn desk stonden, en stelde voor ons te komen takelen na zijn shift om 13u. We konden ofwel daar blijven, ofwel terug naar beneden liften. We hadden net een lift gevonden met een konvooi busjes van Franse backpackers toen de vrouw van Lionel, de informatieman, ons kwam oppikken in haar Mercedes… Lionel en Bev wonen in een adembenemende villa met uitzicht op de twee bergen van het natuurpark. Hij werkt voor Mercedes en heeft daarnaast blijkbaar ook standaard een dikke jeep met oplegger klaar staan. Des te beter voor ons! Hij zette ons en de sputterende Eduardo af voor de garage in Dunkeld, die van Frank. We bleven in de auto slapen tijdens een regen- en stormachtige nacht, maar ’s anderendaags was alles beter. Frank repareerde onze auto voor 20 dollar, het wegkrabben van de lelijke folie op de ruiten inbegrepen, en de zon scheen. Een van de zes plugs van onze V6 motor was blijkbaar losgeraakt. Met alles op zijn plaats, reed Eduardo als nooit te voren. We besloten de vervloekte NP’s achter te laten, en meteen naar Adelaide te rijden. Dat ging vlot. Voor zo’n 200km. Toen begon het schudden opnieuw, en vielen we opnieuw stil. Ditmaal was het 17u en het vooruitzicht van een nacht in de auto te spenderen langs de weg motiveerde ons des te meer om een paar kilometer terug te stappen naar de wegenwerkers die we voorbij gereden waren, in de hoop dat iemand van het gezelschap iets van auto’s wist. Mogen we u presenteren: Chris Williams, de truckchauffeur van de asfaltleggers die iets van auto’s weet en aan een paar dingen in onze motor prutste en hem opnieuw in gang kreeg! Met het hele konvooi roadworkers achterons als extra zekerheid om niet alleen achter te blijven tuften we naar het dichtstbijzijnde dorp genaamd Penola, recht naar de camping, waar ook zij verbleven. We kregen de noodzakelijke alcohol om de stress te verlichten, en eten, dekens voor de koude nachten, stoere verhalen, adressen in Adelaide, en Ozzie plaatsen die we zeker moesten bezoeken. Het moto luidt hier: we hebben het hier allemaal al zelf eens meegemaakt, toen hielpen anderen ons, nu helpen we jullie. Aaaah toevallige ontmoetingen... De auto naar de garage brengen was voor ’s anderendaags.

maandag 5 april 2010

March pictures

Wilsons Prom met zijn Tidal River. Een prachtig natuurpark en dat op het zuidelijkste punt van Australië én, wij zijn er geweest!
Koffie zetten onder het toeziende oog van Kari, dochter van Margie en Jeff.

Dit zijn ze dan: Jeff en Margie!


De pier en het strand in Rosebud.


Philip Island: hét eiland om pinguïns te spotten. En nee, we zaten er niet alleen. Op de eerste rij onder al die poncho's zaten alle Oosterlingen.. En maar wachten!

Rosebud

De maand maart had een constante voor ons: de familie Wild, woonachtig te Rosebud op de Mornington Peninsula, op zo’n twee uur van Melbourne. De leden van het gezin die er vertoeven zijn papa Jeff, mama Margie, en de jongste spruit van vier, de twintigjarige Kari. We waren steeds welkom in hun huis, en aan hun tafel. Bovendien zijn het lieve en grappige mensen, dus sloegen we dat aanbod niet af en maakten van hun huis onze base camp om de streek rond Melbourne te verkennen. Toen we opnieuw (remember onze garage pitstop in Yarram) naar het zuidelijkste punt van Australië wouden gaan, op zo’n drie uur rijden, begon het lampje op het dashboard weer te branden, nadat het oxygen centre gerepareerd was! Dus wij terug… De garagist keek alles nog eens na, en resette het geheugen van het elektronisch dingetje in de motor dat de fouten registreert. (we leren bij over auto’s, maar de termen blijven moeilijk) Misschien was er gewoon nog een restant van de foutmelding in het geheugen. Met goede hoop ondernamen we poging nummer drie, deze keer met een kleine omweg naar Phillip Island, het eiland van de pinguïns. Na het eiland te verkennen, hebben we hier ’s avonds op een tribune (op de eerste rij) in de regen een uur en een half zitten wachten op zo’n 800 kleine pinguïns die de oceaan uit kwamen kruipen en meeuwen ontwijkend het strand over snelden, naar hun nesten aan land. Het eiland zelf is vrij klein en verder niet zo de moeite waard, tenzij je een autofanaat bent want er ligt een racecircuit. Toen we verder reden naar Wilsons Prom was ons vriendje het oranje lampje daar opnieuw! Na een luide vloek en gil of zeven toch terug gereden. Omdat het geheugen gereset was vond hij snel wat er mis was, niets ergs blijkbaar. Onze auto vraagt soms te veel zuurstof, soms te veel brandstof, maar daar merken we niets van als we rijden, en het schaadt de motor niet. Het grondig repareren zou ons alleen maar veel geld kosten, zei de garagist met een hart voor Belgische backpacksters. Hij heeft ons enkel de delen aangerekend, nooit zijn werkuren of expertise. Na al deze mislukte pogingen hadden we even onze buik vol van het naar verluid zo mooie Wilsons Prom. Men zou op den duur nog denken dat het vervloekt is. Dus besloten we naar Melbourne te gaan. We lieten onze auto veilig onder het oog van God achter op de parking van de kerk, en trokken met het openbaar vervoer en een mega backpack op onze rug. (de chauffeur vroeg of we toch op z’n minst de kitchen sink thuis gelaten hadden) We kozen de goedkoopste hostel uit de Lonely Planet en onderhandelden aan de balie nog over de prijs die danig van de prijs in onze reisgids verschilde. Met resultaat: 23 dollar per nacht in plaats van 30! Hier zaten we een week terug tussen jongeren, muziek, bars, winkels (maar we hebben ons ingehouden). Een afwisseling die nodig was. Het was ook St Patrick’s Day terwijl we er waren, een groot feest waarop we ook de vrienden uit Mallacoota terug tegenkwamen! Melbourne zelf beviel ons aanzienlijk meer dan Sydney. Het is vuiler, chaotischer, alternatiever, en stikt van de coole gebouwen. De meest Europese stad in Australië, met delen die aan Parijs, Londen of Berlijn doen denken, maar dan met stralend weer! We hadden geluk, want de week ervoor leed Melbourne onder een storm van hagelbollen en sloten regen. Dit was ook een van de redenen waarom we een deal verkregen in de hostel. Tijdens de storm had een stuk dak het begeven en was de grootste kamer naar de vaantjes en stond de rest even onder water. De deur van onze kamer op het gelijkvloers knelde nog doordat ze uitgezet was door het vocht. Melbourne was ook leuk omdat we een persoonlijke gids hadden: Jonathan, een klasgenootje van Jolien uit het middelbaar. Hij zat al zo’n twee maanden in Melbourne en deelde zijn kennis van en liefde voor de stad maar al te graag. MERCI JONATHAN! In dezelfde hostel zat nog een Belgische, Evi. Het was leuk om nog ’s zo veel Vlaams te horen (Antwerps en Limburgs). Meestal krijgen we te horen van mensen dat we de eerste Belgen zijn die ze tegenkomen, nu vormden we bijna een meerderheid. Toch spraken we bijna altijd Engels onder de Belgen, de anderen dachten anders dat we zaten te roddelen.


Na de citytrip gingen we onze auto ophalen in Rosebud en trokken we voor de bijna ontelbaarste keer richting Wilsons Prom…and we made it! Na een lange kronkelige rit in het donker tegen vijftig per uur (want het wemelde van de wombats en kangoeroes langs de weg) kwamen we midden in de nacht aan in Tidal River, een soort dorpje dat vooral uit een groot (450 plaatsen) kampeerterrein bestaat, midden in het natuurpark. Te moe (en ook een beetje bang van de giant kangoeroe die naast ons stond) om onze tent nog op te zetten, sliepen we in de auto. Wanneer we hem ’s ochtends naar onze kampplaats wouden verzetten, bleek dat de knopjes van de elektrische ruiten niet meer meewerkten…Erg jammer voor de linkerruit die voor twee derde open stond. Nadelig daarenboven in een natuurpark waar beesten naarstig op zoek gaan in auto’s en tenten naar eten. Extreem lastig aangezien ze regen voorspelden. Maar wij laten ons al lang niet meer kisten door autoproblemen en pakken dat meteen op onze manier aan: met een oude handdoek, onze verzameling plastic zakken en de uit medelijden gekregen plakband van de rangers van het park knutselden we heel professioneel een compleet ondoorzichtige en meer dan marginaal uitziende opstelling die regen, beesten en dieven moest ‘tegenhouden’. Trots op onze tijdelijke oplossing stortten we ons met een lunchpakket in de rugzak op de wandelpaden. Het was het allemaal waard, de oranje lampjes en de defecte ruiten gleden uit onze gedachten bij het zien van de Prom. Na een goeie actieve tweedaagse en een autorit terug die iets minder vlot ging met een trage (Vlaamse) Karin in onze GPS en geen zicht op het verkeer langs de linkse kant, kwamen we terug aan bij onze favoriete garagist op de Peninsula: RJ! Hij moest lachen toen we opnieuw aan zijn deur stonden. Kostprijs van de reparatie: 50cent. Blijkbaar waren de twee zekeringen gesprongen die de ruiten, de airco, de pijltjes van de benzine, toerental en warmte in de motor in leven hielden. Weer een mysterie minder voor ons wat betreft auto’s!

Wat hebben we dan toch uitgespookt in Rosebud tussen al deze trips en garagebezoekjes door? Geluierd, we geven het toe. Kari was heel blij met nog wat jongeren in haar omgeving (ze wonen er nog niet erg lang, en het is bovendien een zeer ‘grijs en kreupel’ dorp, dus erg veel vrienden heeft ze er niet). Ze vertroetelde ons, “the girls”, maar al te graag. Ze kocht Tim Tams, een Australische lekkernij die je zelf moet proeven, uitleggen lukt niet, Stella Artois, en ze stelde elke avond haar dvd collectie ter beschikking. Zo huurde ze zelfs eens ‘In Bruges’ om ons een thuisgevoel te geven. Kari heeft wel een beste vriend die in Melbourne woont, Jack. De jongen heeft het niet getroffen, hij heeft zware suikerziekte en epilepsie en mag bijgevolg niet met de auto rijden. Dus wat doen Jack en Kari? Sleep overs bij de vleet. Ze noemen zichzelf een getrouwd koppel zonder het te zijn. Of zoiets. Ze belden elkaar zo’n zes keer per dag… Al was het maar om te zeggen dat ze met ons, “the girls” naar ‘Alice in Wonderland’ ging kijken. Wij hadden de Kari zonder Jack liever, maar namen Jack er dan maar bij. De ouders waren erg blij dat wij er waren, omdat we blijkbaar een heel goed effect hadden op hun dochter, die voor onze komst nogal moeilijk was, en niet uit bed wilde komen. Daarnaast waren ze ook blij omdat wij zo’n opgeruimde meisjes zijn en ook niet vies zijn van een beetje op te ruimen. Een woordje uitleg: Jeff en Margie zijn lieve en genereuze mensen, maar ook erg chaotisch en rommelig. Wij komen blijkbaar allebei uit een huishouden waar er afgeruimd wordt na het eten, en alles meteen weggezet wordt. Nu, in dit huishouden ging dat … lichtjes anders. Wij vonden het een kleine vanzelfsprekendheid om dat op te ruimen, zeker in ruil voor de gastvrijheid, zij vonden een klein wonder dat hun keuken en eetkamer opgeruimd waren. Ze heeft ons zelfs op het einde aangenomen om op een namiddag de ouderlijke slaapkamer op te ruimen. Resultaat: ze durfde er niet meer in te slapen totdat de man van een conferentie terugkwam (drie dagen!).

We hadden al gezegd dat Rosebud een ouden-van-dagen resort is. Maar dat we ook bij Margie thuis zoveel grijze haren gezien hebben verdient een alinea uitleg. Dominee Margie wil tijdens de vasten haar ouderlingen (een groep mensen die voor de anderen in de gemeenschap zorg dragen) bedanken voor al hun werk door hen uit te nodigen voor de lunch. Die ouderlingen zijn met zo veel dat we tijdens ons verblijf een stuk of zeven lunches meegemaakt hebben. Zeven keer looprekken in de gang en een tafel vol grijze haren, dikke brillen, en getater over kleinkinderen over heel Australië. Want iedereen had wel een plekje te vermelden dat we zeker gezien moesten hebben, daar waar zoonlief X of kleindochter Y woonden. Very cute. En een goede oefening voor ons Engels, stuk voor stuk curieuze-neuze- mosterdpotten. Die lunches hielden ook in dat Margie erg gestresseerd rondliep, wij een handje toestaken, en dat er steeds in dagen die volgden de left overs opgegeten werden. Wij hebben letterlijk onze buik vol van roast beef en chicken.( Soms gingen we stiekem pizza’s halen in de Aldi – jawel, ook down under!- tijdens de middag.) In het huishouden van een dominee wordt er ook voor elke maaltijd een dankgebedje gezegd, iets wat totaal vreemd is in die van ons. En na een maaltijd of drie was het aan ons… Jolien brak de lange stilte tussen “the girls” die gevraagd werden er eentje in het Nederlands te zeggen, en ging ervoor. De opening “Lieve God, bedankt voor de biertjes” staat voor eeuwig in ons geheugen gegrift. De volgende lange minuut waarin Jolien er een vervolg en einde aan probeerde te breien waren de moeilijkste in ons leven wat betreft lach inhouden. “Amen” en het eten kwamen nog nooit zo verlossend.

In Rosebud hebben we ook onze twee maanden in Australië gevierd. Toepasselijk met wijn, een zonsondergang aan het prachtige strand van rosebud, met zicht op de baai en de lichtjes. Een paar dagen eerder had Jeff ons ’s avonds meegenomen naar Arthur’s Seat, het hoogste punt op de peninsula. Vandaar heb je een fantastisch uitzicht over de hele baai en Melbourne. Zoveel lichtjes met daartussen een groot zwart gat van het water, het was echt sprookjesachtig, Parijs kan er nog een puntje aan zuigen. Tijd dat we verder gingen, maar niet na een afscheiddiner door ons geprepareerd: witloof en hespenrolletjes in de oven! Met smaak opgepeuzeld! Maar er zijn ook Australische ‘lekkernijen’ die we echt niet binnenkrijgen: Vegemite! Niet te beschrijven, maar doorgaans zijn het enkel de Australiërs die het lusten, omdat ze het van kinds af aan ingelepeld krijgen. Wij houden het bij de Tim Tams…sans problème!

En met een pakje Tim Tams tussen chauffeur en copiloot trekken we naar het zuidelijkste puntje van de baai om daar de ferry te nemen richting de Great Ocean Road!