vrijdag 12 februari 2010

Fraser Island

Waar Fraser Island op neer komt? Een van de grootste zandeilanden, nu beschermd als natuurpark. Het wemelt er van de dingo’s (soort wilde honden), dikke irritante vliegen, gewone irritante vliegen, zand –vanzelfsprekend – spinnen, dingen die graag in Jolien en Lisa hun benen, armen, billen, schouders enzoverder bijten, kwallen, agressieve chauffeurs van degoutant grote 4x4 bussen, toeristen, bitter weinig wc’s…
Maar waarom zijn we in de wolken over Fraser? Er zijn geen wegen, je rijdt op het strand, als het tij het toelaat, over zandweggetjes in een jungle, over plankjes, door plassen… Jan was in zijn nopjes! En de groep? We stonden om 7u (eigenlijk al een uur te vroeg omdat onze klok niet veranderd was naar Queensland tijd, maar daar zijn we niet zo trots op…) op en zagen dat de groep goed was. Nogal wat moe en bekaterd, maar goed. Er was Rambo, euh kleine Dave, een Canadees aan het begin van zijn wereldreis en een echte plantrekker. Dan Carl en Sarah, uit het Engels mompelende noorden van Engeland, proudly supporting Newcastle. Zij waren aan het einde van hun reis, hadden 4maanden in Perth gewerkt en gehuurd en trokken dan nog snel de oostkust naar beneden om te eindigen in Nieuw Zeeland. Zatte Britten, maar super sympathiek en blijkbaar van de soort zonder kater. Die met de katerlast wonen blijkbaar in Finland. Maria en Tukka, zij een mooie verpleegster, hij een beir van een student die hier een half jaar komt studeren, hadden de avond voor vertrek zwaar gedronken en niet geslapen. Dit bleek geen goed plan met een ruige rit door het oerwoud op Fraser in een hitte die plots na twee dagen regen in Hervey ons toch wel overviel. Wij waren op onze hoede, en probeerden niet naast Maria te zitten in de jeep. “Ik voel me niet zo goed en kan ieder moment misselijk worden” stond bijna letterlijk op haar voorhoofd geschreven. En dan wij, de drie Belgskes, die blijkbaar nog niet zo slecht zijn in tenten opzetten en inkopen doen voor 8 man. De camping op Fraser was toch elke avond jaloers op ons eten, zeker als dat dan nog minder gekost had dan het hunne. Maar we kwamen niet alleen om te eten naar Fraser. Fraser biedt een prachtige natuur,en bovendien die drie dagen dat wij er waren een stralende zon. De prachtige zee langs de witte stranden kan je jammer genoeg niet in door de jelly fish die het hebben overgenomen, maar Lake Mackenzie maakt dat allemaal meer dan goed, met haar helder blauw water, ideale temperatuur, omgeven door witte stranden, met daarachter rijzend een groene jungle.
Verder had je het schipwrak Mageno, een Japans schip moet daar in de jaren zeventig gestrand zijn, en groene maar luie jongens als ze toen waren, dachten ze, ‘we laten dat hier liggen’. Nu is het helemaal verweerd en verroest, and frankly, best mooi, zo langs de zee op het strand. Slechts een bepaald deel van het eiland mochten we met de auto doen, de rest was te voet langs warme stranden zonder schaduw te doen... maar de moeite! We beklauterden Indian Head, een hoge rots van waar je een prachtig uitzicht hebt op de omliggende stranden en de beesten in het water. Vandaar stapten we door tot de Champagne Pools. Lisa’s liefde voor die drank op dat warme moment was nog groter dan ooit, dus de ontgoocheling bij het zien van rotsen en water was aanwezig, maar niet al te groot, want de pools zijn een soort natuurlijke zwembaden waar de oceaan in en uitstroomt, alleen jammer dat we er bij hoogtij waren, wanneer het vrij gevaarlijk is om meegesleurd te worden.
En Mackenzie... aaah Mackenzie... de foto’s spreken voor zich. Punt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten